• Nenhum resultado encontrado

Analyse van de interregionale input-outputtabel voor het jaar 2010

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2023

Share "Analyse van de interregionale input-outputtabel voor het jaar 2010 "

Copied!
60
0
0

Texto

Abstract - In deze paper wordt een analyse gemaakt van de interregionale input-outputtabel voor België voor het jaar 2010. De interregionale input-outputtabel geeft enerzijds een beeld van de bestemming van de productie van elke regio (horizontale lezing van de tabel). Anderzijds geeft de interregionale input-outputtabel ook de kostenstructuur van de productie van elke regio weer (verticale lezing van de tabel).

De binnenlandse finale vraag en de uitvoer zijn dus verantwoordelijk voor 71 % en 29 % van de werkgelegenheid in Brussel. In deze Working Paper wordt een analyse gemaakt van de interregionale input-outputtabel voor België voor het jaar 2010. In een eerste hoofdstuk worden de verschillende luiken van de interregionale input-outputtabel en hun samenhang toegelicht.

Interregionale input-outputtabel en -model

Hieronder vindt u de productbelastingmatrix8 (1x6) en de btw-matrix (1x6). Het rechterdeel van de interregionale IO-tabel verwijst naar het eindverbruik, dat wordt uitgesplitst naar binnenlands eindverbruik (consumptie, bruto-investeringen in vaste activa en voorraadmutaties) en uitvoer. Een horizontale lezing van de matrix van het binnenlands eindverbruik van goederen en diensten uit de binnenlandse productie geeft het aanbod van elke regionale industrie tot het eindgebruik van de inwoners van elk van de drie Belgische gewesten.

Zo bedragen de leveringen vanuit de Brusselse dienstensector aan de Vlaamse eindbestemming 14,7 miljard euro. Wat betreft de exportmatrix van goederen en diensten uit de binnenlandse productie, geven de cellen de waarde van de export van de productie van elke regionale industrie. Terugbetaling van primaire inputs10 (= toegevoegde waarde) Het totaal van de kolom komt overeen met de productie van elke regionale tak van de activiteit.

De tweede identiteit benadrukt het gebruik (bestemming) van de productie van elke regionale industrie. Enerzijds wordt het gebruikt om specifiek bepaalde categorieën van eindgebruik te analyseren, met name export en binnenlands eindgebruik van de inwoners van elk van de drie gewesten. Analoog is het ook mogelijk om de productie van elke regionale industrie te bepalen die nodig is om te voorzien in het eindverbruik van de inwoners van een regio.

De impact van een exogene wijziging in finaal gebruik op de werkgelegenheid of de toegevoegde waarde hangt deels af van de werkgelegenheidscoëfficiënten of de toegevoegde waarde-coëfficiënten. Deze coëfficiënten worden berekend door de werkgelegenheid of de toegevoegde waarde te delen door de waarde van de productie voor elke regionale bedrijfstak.15.

Tabel 1   Interregionale input-outputtabel voor België met drie gewesten en twee geaggregeerde bedrijfstakken, 2010  miljard euro
Tabel 1 Interregionale input-outputtabel voor België met drie gewesten en twee geaggregeerde bedrijfstakken, 2010 miljard euro

Multiplicatoren afgeleid van een interregionaal input-outputmodel

De productiemultiplicator 17

Bij een wijziging van de finale vraag naar Brussels vlees met 1 miljoen euro, bedraagt ​​het totale effect op de productie 2,31 miljoen euro. In het voorbeeld is dit het effect van een verandering in eindgebruik gericht op de Brusselse vleesproductie op de totale productie van het Brussels Gewest. In ons geval is dat het effect van de bestemmingsverandering gericht op de Brusselse vleesproductie op de totale productie van het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest of de som van deze twee Gewesten.

Neem als voorbeeld een stijging van 1 miljoen euro in het eindgebruik gericht op de productie van de Waalse farmaceutische industrie (21A), en denk na over de impact van deze verandering op de gerealiseerde inkomsten in de Belgische economie. Dit is het initiële inkomenseffect op basis van de verandering in het eindgebruik. In elk van deze fasen wordt extra inkomen gecreëerd door verhoogde productie.

Dit zijn de directe en indirecte inkomenseffecten op basis van de verandering in finaal gebruik. De tweede meet de impact van dit extra finaal gebruik op het inkomen van de andere twee gewesten. Absolute werkgelegenheidsmultiplicatoren, eenvoudige werkgelegenheidsmultiplicatoren genoemd: deze multiplicatoren vertegenwoordigen het totale effect op de werkgelegenheid van de verandering in finaal gebruik ten opzichte van de initiële exogene schok (de noemer van deze multiplicator is dus de verandering in finaal gebruik).

In ons geval is de individuele tewerkstellingsmultiplicator in de Vlaamse reclame- en marktonderzoekssector 10,3. Toegevoegde waarde en werkgelegenheidsanalyse van de binnenlandse eindvraag en

Tabel 2  Productiemultiplicatoren voor de branche ‘vervaardiging van vlees en vleesproducten’, 2010  In miljoen euro productie per miljoen euro finale vraag naar regionale productie
Tabel 2 Productiemultiplicatoren voor de branche ‘vervaardiging van vlees en vleesproducten’, 2010 In miljoen euro productie per miljoen euro finale vraag naar regionale productie

Het finaal gebruik in de interregionale input-outputtabel 25

De resultaten van de berekeningen van de toegevoegde waarde gegenereerd door de finale vraag van de inwoners van de drie gewesten worden weergegeven in tabel 7. De toegevoegde waarde gegenereerd door export kan meer in detail worden geanalyseerd, vooral volgens de oorsprong van de uitgevoerde productie . . De laatste kolom bevat de totale toegevoegde waarde die in elke regio wordt gegenereerd door de export van de binnenlandse productie en komt dus overeen met de exportkolom in tabel 7.

Deze toegevoegde waarde is afkomstig van de geëxporteerde output (het initiële effect), de Brusselse productie van intermediaire inputs die worden gebruikt bij de productie van deze export (het directe effect), en de Brusselse productie van intermediaire inputs die op hun beurt worden gebruikt bij de productie van de input tussenproducten voor de productie van dat product, enzovoort (indirect effect). De laatste rij van tabel 8 geeft de toegevoegde waarde weer die in België wordt gegenereerd door de export van industriële producten per regio. Zo genereert de Brusselse productie-export 17,6 miljard euro aan toegevoegde waarde in België, wat goed is voor 16,5% van de totale toegevoegde waarde die door de export wordt gegenereerd.

Het is interessant om het aandeel van de gewesten in de toegevoegde waarde gegenereerd door de export van de Belgische productie (laatste kolom van tabel 8) te vergelijken met hun aandeel in de waarde van diezelfde export (laatste kolom van tabel 6). Voor de drie regio's komt het grootste deel van de toegevoegde waarde van de export uit de productie van de regio zelf. De elementen op de eerste regel van tabel 10 tonen de werkgelegenheid die in Brussel wordt gegenereerd door de export van productie uit elk van de drie gewesten.

Deze verdeling verschilt van de regionale toegevoegde waarde die door de export wordt gegenereerd (zie de laatste kolom van tabel 8) in die zin dat er relatief meer werkgelegenheid dan toegevoegde waarde wordt gecreëerd in Vlaanderen en Wallonië en minder in Brussel. Dit betekent dat de export van de andere regio's een groter aandeel heeft in de totale werkgelegenheid die door de export wordt gegenereerd.

Tabel 6  De Belgische uitvoer in de interregionale IO-tabel 2010  Miljard euro
Tabel 6 De Belgische uitvoer in de interregionale IO-tabel 2010 Miljard euro

Algemene principes

Deze bijlage geeft een synthetisch overzicht van de gevolgde methodiek bij de opbouw van de interregionale data-outputtabel voor het jaar 2010 en de verschillende gebruikte databronnen. handelsmarges)33 en 133 bedrijfstakken. Er werd gestreefd naar maximale consistentie met gepubliceerde en ongepubliceerde cijfers uit nationale en regionale rekeningen en nationale AGT/IOT. De hier gepresenteerde regionale AGT/IOT voor 2010 komen overeen met de verzameling van de nationale rekeningen eind 2013 en zijn opgesteld volgens de regels van het ESR 1995.

Gegevensbronnen

We stellen vast dat de resultaten van dit project door de NBB op een gedetailleerder niveau beschikbaar zijn gesteld dan gepubliceerd. Ook hier werden de basisgegevens en tussentijdse resultaten van dit project gebruikt (bv. cross-sectorale gegevens x classificatie EBOPS38 voor invoer van diensten, gedetailleerde regionale gegevens HBO39). Last but not least werden in veel stadia van het compilatieproces ook intensief gebruik gemaakt van databronnen op individueel bedrijfsniveau:40.

Jaarlijks moet elke btw-belastingplichtige onderneming voor elk van haar btw- belastingplichtige Belgische klanten het totale nettobedrag van de verkopen en de daarop verschuldigde btw aangeven. Een proefproject voor het jaar 2007 had aangetoond dat dit bestand erg bruikbaar was in het kader van het opstellen van interregionale AGT/IOT. 41 Strikt genomen laat het btw-leveranciersbestand enkel toe leveringen tussen ondernemingen, en dus bedrijfstakken, in kaart te brengen.

Aangezien van elk bedrijf de 5-cijferige NACE-BEL-code bekend is, kan uit dit bestand ook nuttige informatie over het product worden gehaald.42. Op basis van dit bestand kan de productdimensie worden toegevoegd aan de regionale verdeling van in- en uitvoer van goederen per bedrijfstak (zie hierboven).

Methodologie

Eerst worden regionale verbruikstabellen van invoer van diensten en goederen berekend (in die volgorde), vervolgens regionale verbruikstabellen van inkomende interregionale stromen en vervolgens regionale verbruikstabellen van (eigen) regionale productie. kan worden afgeleid. De bestemming van de totale interregionale uitstroom (inclusief handelsmarges) kan al worden afgeleid uit regionale verbruikstabellen van inkomende interregionale stromen. De totale (internationale) invoer per product per regio (één kolom per regio) is afgeleid uit kruistabellen (product x bedrijfstak) voor goederenimport opgesteld per regio.

De regionale indeling van de invoer van diensten per bedrijfstak, alsook het privé-reisverkeer54, gekruist met EBOPS-rubrieken. In de regionale gebruikstabellen zijn die laatste één kolom, zonder identificatie van de regio en component van bestemming. Hieronder wordt in grote lijnen uitgelegd hoe de verschillende bestanddelen van de regionale gebruikstabellen werden berekend.

Voor de regionale productindeling van het intermediair verbruik werd maximaal gebruik gemaakt van de beschikbare regionale informatie. Vooreerst werden de regionale gebruikstabellen van de invoer van diensten (voor de raming van die tabel, zie 3.4.1.a) als minimum opgelegd. Voor de opstelling van de regionale gebruikstabellen werd de niet-aftrekbare btw in mindering gebracht.62.

De verbruikstabellen van de regionale productie (P.1) worden berekend als een balans tussen de tabellen van het totale verbruik en de twee bovenstaande. Het formaat van regionale invoerverbruikstabellen is anders voor goederen en diensten. Tot slot werden regionale verbruikstabellen van diensteninvoer berekend, die maximaal (maar niet volledig) verenigbaar zijn met alle drempelbedragen.

De bestemming van alle 80 interregionale stromen (inclusief handelsmarges) is al af te leiden uit de tabellen regionaal verbruik van inkomende interregionale stromen (3.4.2).

Tabel 11  Interregionale input-outputtabel voor de drie Belgische gewesten: schematische voorstelling
Tabel 11 Interregionale input-outputtabel voor de drie Belgische gewesten: schematische voorstelling

Imagem

Tabel 1   Interregionale input-outputtabel voor België met drie gewesten en twee geaggregeerde bedrijfstakken, 2010  miljard euro
Tabel 2  Productiemultiplicatoren voor de branche ‘vervaardiging van vlees en vleesproducten’, 2010  In miljoen euro productie per miljoen euro finale vraag naar regionale productie
Tabel 3 toont de verschillende inkomensmultiplicatoren van het finaal gebruik gericht aan de  farmaceutische industrie in elk van de drie gewesten
Tabel 4  Werkgelegenheidsmultiplicatoren voor de branche ‘reclame en marktonderzoek’, 2010  In aantal werkzame personen per miljoen euro finale vraag naar regionale productie
+7

Referências

Documentos relacionados

“o enquadramento da resolução de requerer a declaração de utilidade pública no pré-procedimento de expropriação encontra a sua razão de ser no facto de aquela