Alle individuen met een lager welzijn dan het welzijn van de gelukkigste individuen verlagen immers het gemiddelde welzijn en zijn dus onwenselijk. Een strikt comparativisme houdt bijgevolg enkel rekening met het welzijn van de reeds bestaande katten. Er mogen pas katten bijkomen als het welzijn van de bestaande katten zo verhoogd wordt, wat leidt tot een laag ideaal aantal katten.
Bij zwerfkatten is de geboorte van ongelukkige individuen sowieso ongewenst, omdat dit het welzijn van bestaande zwerfkatten negatief beïnvloedt. Ten slotte zegt het zachte comparativisme dat we ook rekening moeten houden met het welzijn van katten die nog niet zijn geboren. De geboorte van zwerfkatten met positief welzijn is ook positief, maar vermindert het welzijn van bestaande zwerfkatten.
Hoe meer gewicht men geeft aan het welzijn van uniek realiseerbare individuen, hoe meer het ideale aantal zwerfkatten bij de conclusie van de total view aansluit.
Biodiversiteit
Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de door katten gedode dieren in de Verenigde Staten compenserend is: als ze niet waren gepakt, zouden ze ook voortijdig zijn gestorven door honger of ziekte (van Heezik et al. 2010). Bovendien wordt sommige prooien een lange lijdensweg bespaard, omdat het doden zelf veel minder tijd kost dan het sterven van honger of ziekte.17 Een deel van de prooien die worden gedood zijn ook additief: zonder de aanwezigheid van katten zouden ze niet zijn gestorven. Een ander voordeel van een ecosysteem met meerdere soorten is dat elke soort gebruik kan maken van een ander deel van de beschikbare hulpbronnen.
Ten aanzien van de vraag of katten de biodi- versiteit van ecosystemen bedreigen, hebben ecocentristen echter een zekere voor- ingenomenheid. We gaan na of het jaaggedrag van katten een risico vormt voor het verdwijnen van soorten. De prooien van katten hebben deze co- evolutie maar in een beperkte mate doorgemaakt (Van Heezik et al. 2010).18 Tot slot gaan katten ook niet minder jagen als hun honger gestild is.
Ze jagen op vogels van verschillende soorten, maar vooral op exemplaren van de meest voorkomende soorten: “Er waren zelden bedreigde diersoorten. Dit geldt minder op eilanden waar katten zijn geëmigreerd en prooien ook weinig kans hebben om te ontsnappen (Tschanz et al. 2011). Rekening houdend met het voorzorgsbeginsel lijkt het het veiligst om te voorkomen dat katten worden achtervolgd.
When a ‘super-predator’ limits the predation of other predators its removal can result in even higher predation pressure, an effect called meso-predator release” (van Heezik et al. Zolang er geen alternatieve methodes zijn om rattenpopulaties te controleren, is het dus het veiligst om ook in het jaaggedrag van katten niet in te grijpen. Dit is namelijk de grootste bedreiging van het uitsterven van vogelsoor- ten (Van Heezik et al. 2010).
Het basisrecht
Tom Regan is de belangrijkste vertegenwoordiger van de dierenrechtenbenadering met zijn boek The Case for Animal Rights. Op basis van de belangen waar tegen wordt opgetreden, kunnen we de zwaarte van een schending van grondrechten bepalen. De som van alle tijdelijke toestanden van welzijn, beginnend vanaf het moment van schending van de fundamentele rechten tot het punt waarop het lichaam stopt met het genereren van sensaties, bepaalt het toekomstige welzijn (vgl. supra).
Het bepaalt de ernst van de schending van een fundamenteel recht in termen van het welzijn dat het dier de rest van zijn leven zou hebben. Hoe verder het moment waarop het welzijn wordt ervaren verwijderd is van het moment van schending van het grondrecht, hoe minder belangstelling het dier heeft voor dit welzijn. Een groot deel van de prooien van de kat zou sowieso voortijdig sterven (zie hierboven).
Daarnaast wordt deze prooi ook als middel gebruikt: het jachtgedrag van katten is doelgericht21 en de aanwezigheid van prooien is noodzakelijk. Bremer (2002) maakt onderscheid tussen ingebouwde intentionaliteit en intentionaliteit waarbij we ons ook bewust zijn van de intentionele toestand. Door bij de inrichting van de woning in te spelen op de behoeften van de kat kunnen eigenaren dit verlies aan welzijn enigszins beperken (cf. hierboven).
Zonder de aanwezigheid van gedode katten zou het doel van het voorkomen van overbevolking worden bereikt. Bovendien geldt dat hoe meer katten er zijn, hoe lager het toekomstige welzijn van de individuele kat (zie hieronder) en hoe lager de ernst van de schending van een fundamenteel recht. De aanwezigheid van slachtoffers is noodzakelijk om het tussendoel van sterilisatie te bereiken.
De tweede voorwaarde waaraan we kunnen spreken over de schending van een fundamenteel recht is dat de voordelen van de gesteriliseerde kat worden geschonden. Daarom is het noodzakelijk om de ontwikkeling van kattenpopulaties en beschikbare plaatsen of hulpbronnen op een meer gecontroleerde manier te kunnen beoordelen.
Verantwoordelijkheid en speciale plichten
Integendeel, je denkt na over de bijzondere plichten die je hebt: tegenover je familieleden, de armen in ons land, de armen in Afrika, enz. Net zoals we ook speciale plichten hebben jegens naaste mensen (familie, landgenoten, enz.), familieleden of sociale nabijheid. speelt een rol over de soortgrens heen. Deze positie is niet reducerend: bepaalde plichten komen niet voort uit interacties uit het verleden, maar uit intrinsiek waardevolle eigenschappen van een relatie.
Een reductionistische visie stelt wel voorwaarden aan relaties opdat ze tot verantwoordelijkheid en speciale plichten kunnen leiden. Speciale plichten komen volgens deze positie voort uit eerdere interacties, waarvan de gevolgen voorzienbaar en vermijdbaar zijn. Een tweede vraag is, als we speciale plichten hebben tegenover iemand, hoe ver deze plichten reiken.
Dit standpunt kan echter niet verklaren waarom er bijzondere verplichtingen gelden jegens partijen die geen schade hebben geleden. Het concept van wederkerigheid verklaart niet alleen waarom we speciale plichten hebben om goed te maken (morele schadeloosstelling) wanneer we iemand schade hebben berokkend, maar ook waarom er rechtvaardigheidsverplichtingen kunnen bestaan tegenover partijen die geen schade hebben geleden of zelfs niet hebben geprofiteerd van een relatie. Volgens een vrijwilligersfunctie zijn er alleen individuele speciale plichten jegens katten waar men vrijwillig mee instemt.
Toch zijn er volgens Weber nog steeds veel mensen die vrijwillig instemmen met speciale plichten: door een kat in huis te nemen, door beleid te ondersteunen dat de levensomstandigheden verbetert. Als zijn of haar kat niet op voorspelbare en vermijdbare wijze wordt gesteriliseerd, leidt dit tot de geboorte van afhankelijke kittens en heeft daarom individuele speciale plichten jegens deze kittens. Threshold-opvattingen stellen dat speciale plichten jegens katten vereisen dat de belangen van katten op zijn minst evenveel worden gediend als wanneer er geen relatie zou zijn.
Conclusie
Ten eerste maken mensen zich zorgen over de gedragsgevolgen van de kattenjacht en het welzijn van de katten zelf, betogen Frank en Carlisle-Frank (2007). Gerechtigheid vereist dus dat mensen de belangen van katten dienen in verhouding tot hun voordelen. Op de langere termijn kan er naar gestreefd worden om het jachtgedrag van katten en muizen gecontroleerd te controleren.
Als men opzettelijk gedrag als criterium neemt om van (louter) instrumenteel gebruik te kunnen spreken, worden door het gedrag van de jacht op katten veel grondrechten geschonden. Mede om deze reden moeten we streven naar kennis en controle om jachtgedrag op grote schaal te bestrijden en de rechten van roofdieren te respecteren. Ten tweede moeten we, omdat het doden van dieren voor kattenvoer in strijd is met fundamentele rechten (en gezien de ecologische impact ervan), streven naar alternatieve voedingsmethoden, zoals kunstvlees.
We moeten streven naar methoden waarmee we kunnen inschatten wat het gewenste aantal katten in de toekomst zal zijn, en naar methoden die dit aantal zo nauwkeurig mogelijk kunnen targeten door middel van sterilisatie. Omdat overbevolking ernstigere gevolgen heeft voor het welzijn dan onderbevolking, is het beter om te streven naar minder katten dan het beoogde ideale aantal. Dit kunnen individuele plichten zijn, maar ook de plichten van een lid van de gemeenschap die ervoor kiest katten te houden.
Volgens threshold views volstaat het dat de situatie van katten waarvoor men verantwoordelijk is, niet slechter is dan wanneer er geen relatie was. Het stelt dat mensen (als individu of als gemeen- schap) belangen van katten moeten dienen evenredig aan de eigen voordelen. Ook een concrete ecologische en beleidsmatige uitwerking van het geschetste kader rond populatieregulering kan onderwerp zijn van verder onderzoek.
Bibliografie
Identifying the Burdens of Climate Change Management: A Typology of Climate Justice Duties.” Global Environmental Change. Behavior of Domestic Cats in a Shelter: Residence Time, Density and Sex Ratio.” Applied Science of Animal Behavior. Intrinsic Value and Direct Duties: From Animal Ethics to Environmental Ethics?” Journal of Agricultural and Environmental Ethics 14, 2: 241.
Earliest Evidence for Commensal Processes in Cat Domestication." Proceedings of the National Academy of Sciences. Adaptation of Domestic Cats to Confinement." Journal of Veterinary Behavior: Clinical Applications and Research. Socialization and stress in cats (Felis Silvestris Catus) housed individually and in groups in animal shelters." Animal welfare.
The Impact of Free-Raising Domestic Cats on Wildlife in the United States.” Nature Communications 4 (January): 1396. Does the Rejection of False Claims about Life Rely on a Conceptual Error?” Journal of Medical Ethics. Urban feral cats (Felis Catus L.): Perspectives for demographic control respecting the psycho-biological well-being of the species.” Annali dell’Istituto Superiore Di Sanità.
Management of Feral Domestic Cats in the Urban Environment of Rome (Italy)." Preventive Veterinary Medicine. The Moral Relevance of the Distinction between Domesticated and Wild Animals." In The Oxford Handbook of Animal Ethics, by Tom Beauchamp and R. Response to 'Vulnerability, Dependence, and Special Obligations to Domesticated Animals' by Elijah Weber.” Journal of Agricultural and Environmental Ethics.