Deze begeleidingscommissie Beleidsplan Landschap, aangevuld met medewerkers van de provincie Utrecht, fungeerde tevens als klankbordgroep voor het landelijk bestemmingsplan. Herziening van de huidige bestemmingsplannen voor het landelijk gebied is noodzakelijk, omdat deze plannen onvoldoende rekening houden met het nieuwe beleid.
Beleidskader 10
- Algemeen
- Ruimtelijk beleid
- Milieu- en waterbeleid
- Sectoraal beleid
- Conclusies
Daarnaast zijn werkzaamheden uit- gevoerd gericht op het versterken van de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve kwaliteit van het gebied. De hoofdfunctie van het water in het plangebied is die ten be- hoeve van de land-, tuin- en bosbouw.
Abiotisch milieu 26
- Inleiding
- Ontstaansgeschiedenis
- Water
- Bodem
- Conclusies
In het plangebied zijn vooral de Hollandsche IJssel en Lange Linschoten van belang voor de waterafvoer en wateraanvoer. Op meerdere plaatsen in het plangebied en omgeving wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater gemeten.
Landbouw 34
- Inleiding
- Huidige situatie
- Verwachte ontwikkelingen
- Gewenste agrarische structuur
Het terugdringen van mineralenverliezen (het doel van deze mineralenbalans) kan onder meer worden bereikt door op de veehouderij beperkte arealen ballastplanten (maïs, voederbieten) te cultiveren. In het kader van het ontwikkelingsplan is het van belang om de ruimtelijke consequenties van de beschreven ontwikkeling aan te geven.
Ecologie 42
- Inleiding
- Huidige situatie
- Ontwikkelingen
- Potenties
- Beleidsuitgangspunten
De open, voedselrijke graslanden zijn aantrekkelijk voor deze soorten, die weinig last hebben van de intensivering van het landbouwgrondgebruik in het winterhalfjaar. Het aantal vlindersoorten is sterk afgenomen onder druk van de intensivering van het landbouwgrondgebruik.
Landschap en cultuurhistorie 52
- Inleiding
- Ontginningsgeschiedenis
- Huidige situatie
- Verwachte ontwikkelingen en knelpunten
- Gewenste landschappelijke structuur
- Cultuurhistorie
Als onderdeel van het ruilverkavelingsproject Lopikerwaard wordt in de Willeskoppolder een natuurontwikkelingsproject uitgevoerd. Uitbreiding van het glasoppervlak is onwaarschijnlijk, gezien het geringe aantal tuinbouwbedrijven in het plangebied.
Recreatie 62
- Toeristisch-recreatieve karakteristiek
- Routegebonden recreatievormen
- Dagrecreatieve voorzieningen
- Verblijfsrecreatie
- Ontwikkelingen en knelpunten
Voorzieningen voor woonrecreatie zijn geconcentreerd binnen de bebouwde kom en zijn in het landelijk gebied niet aanwezig. Beide ontwikkelingen maken het aannemelijk dat de recreatiedruk zal toenemen in de buitenwijken van Montfoort, als gebied met grote natuur- en landschappelijke waarden en in de nabijheid van uitgestrekte stedelijke gebieden. Als dergelijke ontwikkelingen op het platteland niet worden gereguleerd, kan dit negatieve gevolgen hebben voor de natuur- en landschapswaarden.
Als onderdeel van de voorgenomen uitvoering van het Kaderplan Groengebied Utrecht-West zullen naar verwachting in het Reijerscopgebied nieuwe fiets- en voetpaden worden aangelegd.
Wonen, niet-agrarische bedrijven en verkeer
- Inleiding
- Wonen en niet-agrarische bedrijven
- Hergebruik van vrijkomende agrarische bebou- wing
- Hobbyboeren en deeltijdlandbouw
- Verkeer
Binnen de bebouwingsgordels die in het landelijk gebied aanwezig zijn, is een verder onderscheid relevant tussen de zogenaamde buurtschappen en de overige delen van de bebouwingsgordels. De bouw van één woning draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de wijk. Eén van de ontwikkelingen in de landbouw is het voortdurend stilleggen van de agrarische bedrijfsvoering.
In het noordwestelijke kwadrant van het kruispunt N204-N228 wordt een provinciaal onderhoudssteunpunt gerealiseerd voor het onderhoud en antislipmaatregelen van provinciale wegen.
Milieu-invloed 80
- Inleiding
- Landbouw
- Niet-agrarische bedrijven
- Wonen
- Verkeer
- Grondwaterwinning
- Overige milieuaspecten
Voor de doeleinden van het bestemmingsplan worden bedrijven ingedeeld in bedrijfsactiviteitstatuscategorieën (zie bijlage 6). De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen of buiten). In de omgeving van de pompputten (waterwingebied) wordt doorgaans een streng beschermingsregime gehanteerd.
Een groot deel van de bebouwde kom in Montfoort valt voor deze waterwinning binnen de boorverbodzone.
Beleidsvisie 86
Hoofdlijnen van beleid
Afstemming van belangen
- Ruimte bieden aan agrarische ontwikkelingen
- Veiligstellen en ontwikkelen ecologische waarden
- Behoud en ontwikkeling landschappelijke en cultuurhistorische waarden
- Behoud ruimtelijke samenhang Landgoed Linschoten
- Ruimte bieden aan recreatieve ontwikkelingen
- Milieuaspecten
- Mate van duurzaamheid
In het gebied ten noorden van de Hollandsche IJssel kan lokaal behoefte zijn aan onderdrainage. Nieuwe vestigingen van fruit-, tuinbouw- en sierplanten mogen alleen in het plangebied in het rivierengebied Hollandsche IJssel (AR) worden toegestaan. Het is daarom wenselijk om de recreatieve functie binnen de agrarische zone in het plangebied te behouden en te ontwikkelen.
De bescherming van het grondwaterbeschermingsgebied en de boorvrije zones is in het kader van bovengenoemde regeling voldoende gewaarborgd.
Planbeschrijving 98
Keuze planvorm
Nadere uitwerking bestemmingsregeling
- Regels ten aanzien van agrarische bouwvlakken
- Regels ten aanzien van overige gronden met agrarische gebruik
- Overige bestemmingen
Deze bestemming wordt toegekend aan bouwkavels die worden gebruikt voor de functie van agrarische productie. Om de waarden van het gebied te behouden, zijn een aantal werken en activiteiten vergunningplichtig. Tuincentra in het plangebied zijn specifiek gezoneerd (TC) vanwege specifiek grondgebruik (meer glazen gebouwen en grotere verkeersaantrekkelijkheid).
Ten behoeve van de bestemming (onder) mogen uitsluitend terreingrenzen en andere bouwwerken, met uitzondering van bebouwing, met een maximale hoogte van 1,50 m worden gebouwd.
Uitvoerbaarheid 108
Overleg ex artikel 10 Bro 110
TOELICHTING
Kavelmaat
Fiets-, wandel- en vaarroutes
Normaal onderhoud en beheer
Kreekruggronden en crevasseruggen
Witte gebieden beleid
PLANKAART EN BESTEMMINGEN
- Bestemming AO
- Middelwetering en Landscheidingssloot
- Geriefbosjes
- Gebied ten zuidwesten van Landgoed Linschoten
- Fietspad Hoekse Molen
- Landgoed Linschoten
- Aansluiting hoofdplankaart met deelplankaarten
- Fruitteelt in oostelijk deel plangebied
- Bescherming landschappelijk waardevolle panden Het is inderdaad gewenst gebouwen en objecten met cultuurhistori-
- MIP-panden
- Aansluiting kaartbladen Zie de beantwoording onder 1.b.8
- Waterplassen
- Rotonde
- Provinciaal onderhoudssteunpunt
- Achthoven-West
- Elektriciteitshuisjes
- Bosje en parkeerplaats
- Bestaande bedrijfswoningen
- Houten huisjes
- Burgerwoningen
De rotonde op de kruising van de N228 met de Nieuwe Zandweg is thans aangegeven op de kaart. Met de realisering van een provinciaal onderhoudssteunpunt in de noordwestkwadrant van de kruising N204-N228 is inmiddels inge- stemd. De bestemming van de parkeerplaats nabij de gemeentegrens met Woerden is veranderd in de bestemming Verkeersdoeleinden.
Alle bestaande bedrijfswoningen op het bedrijventerrein Krekenburg en Heeswijk hebben een woonbestemming of zijn binnen de Bedrijfsbestemming aangemerkt als bedrijfswoning (w).
VOORSCHRIFTEN
- Wijzigingsbevoegdheid reservaats-/ natuurontwikkelings- gebied
- Zoekzone bosontwikkeling
- Fietspad Linschoten-Harmelen
- Akkerbouwactiviteiten
- Regeling voormalig agrarisch bedrijfscomplex
- Doorzichten
- Eigen ruwvoederwinning
- Verhouding doeleindenomschrijving/ aanlegvergunning- vereiste
- Artikel 1
- Artikel 5 lid 1 sub c
- Artikel 8
- Artikel 9 lid 6
- Artikel 9 lid 8, 9, 10 en 15
- Artikel 9 lid 5, 10, 15, 16 en 17
- Artikel 9 en 12 lid 18 sub c Aan deze opmerking is tegemoetgekomen
- Artikel 9 lid 21
- Artikel 14 lid 5
- Artikel 14 lid 7 sub c Is vervallen
- Artikel 14 lid 8 Deze bepaling is vervallen
- Artikel 16 lid 3 sub d Zie beantwoording onder 1.c.16
- Artikel 16 lid 4 Deze bevoegdheid is vervallen
- Artikel 20 lid 5
- Bodemverontreiniging
- MINISTERIE VAN VOLKSHUISVESTING,
Deze wijziging is in overeenstemming met de handleiding Plattelandsontwikkelingsplan van de provincie Utrecht. Hierbij kan niet alleen de bescherming van op de aangrenzende gronden aanwezige landschappelijke waarden een rol spelen, maar ook de eventuele belangen van de omwonenden, die niet in de regelgeving zijn vastgelegd. Een dergelijke belangenafweging vereist niet dat deze belangen tot uiting komen in de beschrijving van het beoogde gebruik van de bouwsteen.
In de desbetreffende regelgeving is vastgelegd dat het in ieder geval gaat om de landschappelijke waarden van de aangrenzende gronden.
RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER
Bestemmingsplangrens
Groot Groengebied
Landgoed Linschoten Zie de beantwoording onder 1.b.7
Agrarische hulpgebouwen
Niet-grondgebonden veehouderij
Grondwaterbeschermings- en stiltegebieden
Handhavingsbeleid
MINISTERIE VAN DEFENSIE (brief d.d. 29 juli 1996)
Straalverbinding
Vrijstellingsbevoegdheid
Vrijstellings- in plaats van wijzigingsbevoegdheid Aan deze overlegreactie is in het plan tegemoetgekomen
KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN VOOR UTRECHT EN OMSTREKEN
Bebouwingspercentages
Bedrijfswoningen
STICHTING STICHTSE MILIEUFEDERATIE
Geriefbosjes
Dwarsprofielen
Voormalige stortplaats Mastwijk
Gebied nabij Bloklandsedijk Zie de beantwoording onder 1.b
Kooicirkel
Geomorfologische waarden Zie de beantwoording onder 1.a.4
Polder Schagen en de Engh
Bestemming Landgoed Zie de beantwoording onder 1.b.7
Geomorfologische waarden langs Hollandsche IJssel Conform het streekplan wordt op de gronden met de bestemming AR,
Afstand tot fruitteelt en stralingsvrije zone
Boogkassen
Hoogte windmolens
Plaatsing windturbines
Vrijkomende boerderijen Zie de beantwoording onder 1.c.5
Natuurontwikkeling Zie de beantwoording onder 1.c.1
Natuur- en landschapsdeskundige
Intensieve veehouderij
Neventak
Geomorfologische waarden Zie de beantwoording onder 9.9
Buitenplaats
Uitbreidingsmogelijkheid bedrijven
Zomerperiode
DE STICHTSE RIJNLANDEN
Bestemming water
Waterpeil
Hoofdwatergangen
Middenspanningsruimten
Vergunningvrije bouwwerken
Lichtmasthoogte
Leidingen
Middenspanningsruimten
Regionale Energiemaatschappij Utrecht
N.V. WATERLEIDINGBEDRIJF
Strook openbare grond
Kosten met betrekking tot hoofdleidingen Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen
Bodemverontreiniging
Milieubeschermingsgebieden voor grondwater
Tekstuele opmerkingen
GASBEDRIJF CENTRAAL NEDERLAND
GEMEENTE OUDEWATER (brief d.d. 31 juli 1996)
Maximale inhoudsmaat burgerwoningen
GEMEENTE WOERDEN
Plangrens
Hoogspanningsleiding op renvooi
Carpoolplek
Boselementen
MONUMENTENCOMMISSIE MONTFOORT
Beeldbepalende panden
Intensieve veehouderij
MIP-panden
Motief bestemmingsplan
Ontwikkelingsmogelijkheden in de landbouw
Definitie bouwwerk
Definitie agrarisch bedrijf
Natuurwaarden
Intensieve veehouderij
Kavelrichting
Mestsilo
Tweede bedrijfswoning
Intensieve veehouderij
Maïsteelt
Slootdemping en kavelbreedte Zie de beantwoording onder 1.a.1
Gebruiksverbod
NW-bestemming Zie de beantwoording onder 1.b.2
Bestemming Landgoed Zie de beantwoording onder b.7
Zichtas
Natuurwaarden in watergangen
Boerderij Liefhoven
Zichtlijnen
Maïsteelt
Geriefbosjes
Landschappelijke en ecologische verbindingszones Zie de beantwoording onder 1.c.1
RIJKSDIENST VOOR DE MONUMENTENZORG
PROVINCIALE PLANOLOGISCHE COMMISSIE VAN UTRECHT (brief d.d. 31 augustus 1998)
NATUUR EN LANDSCHAP
- De Schans
- Aansluiting plankaarten
- Aanlegvergunningstelsel
- Natuurgebied
Afhankelijk van het gebied ten oosten van de Schapenlaan en aan weerszijden van het noordelijk deel van de Haardijk of de grenzen van de doelstellingen ten oosten van de Schapenlaan en deels aan weerszijden van de De Haardijk is aangepast zoals weergegeven op plankaart 1. Het zuidelijke deel van de voormalige stortplaats Mastwijk maakt deel uit van het perspectief van de grote groenzone van Utrecht.
Voor de realisatie van deze plannen wordt verzocht om in het plan een wijzigingsbevoegdheid op te nemen.
AGRARISCHE ASPECTEN
- Fruitteelt
- Akkerbouwactiviteiten als neventak
- Milieueisen
- Vergroting mestbassin
Voor wat betreft de betreffende grond wordt voorgesteld om af te zien van de eigendomsaanduiding en deze aan te wijzen conform de bestemmingen opgenomen op plankaart 1. De regeling in onderafdeling 13 maakt het mogelijk om op de locatie van de AO-bestemming nieuwe agrarische bouwgebieden aan te wijzen met de bestemming Afr. Verder wordt het bij nader inzien wenselijk geacht om ook in § 9 Landbouwdoeleinden een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, die tot doel heeft gebied A om te zetten in gebiedsgebied Afr, zodat bestaande agrarische bouwgebieden voor de veehouderij ook voor fruitteelt kunnen worden gebruikt.
De omschrijving van het bestemmingsdoel (Vv) dient zodanig te worden aangepast dat het niet mogelijk is om volledige akkerbouwbedrijven te creëren/exploiteren.
CONVENANTEN
- Aanvaardbaarheid convenant
VERKEER
- Plankaart
BURGERWONINGEN
- Vervallen toezegging
- Houten huisjes
De PPC heeft geen nieuwe argumenten of omstandigheden aangevoerd die leiden tot een wijziging van de door de gemeente bepleite beleidslijn. Er wordt geoordeeld dat er in de huidige situatie sprake zal zijn van een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op het terrein, wat een afwijking van de beleidslijn die ook door de gemeente wordt onderschreven rechtvaardigt. Gezien de plandoelstelling voor het plangebied, die erop gericht is functies uit te sluiten die niet functioneel verbonden zijn met het buitengebied, is een beperkte uitbreiding van circa 15% ten behoeve van de inhoudsvergroting van de woning acceptabel.
Indien de 15%-regeling geen redelijke basis biedt voor het realiseren van een volwaardige woonsituatie, gegeven de huidige omvang van de betreffende houten huizen, blijft de normale regeling voor burgerwoningen behouden.
CULTUURHISTORIE/MONUMENTEN
- Rijksmonumenten
- Dubbelbestemming
Alle houten woningen binnen het plangebied worden positief aangemerkt omdat enerzijds een bouwvergunning is verleend en anderzijds wordt getolereerd. Er wordt verzocht het bestemmingsplan voor de houten huizen te heroverwegen. De onderliggende bestemmingen zijn afgestemd op het daadwerkelijke gebruik en de hier aanwezige waarden.
KERNRANDZONE
- Aangewezen gebied
OVERIG
- Winterpeil
- Geluidscontour
- VOORSCHRIFTEN
- Hulpgebouwen
- Artikel 1, lid 29
- Artikelen 9 en 12, lid 3 sub r
- Artikel 9 lid 5 en artikel 12 lid 6
- Lid 6 van artikel 10 en 11
- Artikel 9 lid 5 en artikel 12 lid 6
- Artikel 9 lid 8
- Artikel 11 lid 4
- Artikel 11 lid 5
- Artikel 11 lid 7 sub b
- Artikel 13
- Artikel 16 lid 3 sub d
- Artikel 16 lid 7,8 en 9
- Artikel 16 lid 10
- Artikel 16
- Artikel 20 lid 3 sub d
- Artikel 20 lid 9 en 10
- Artikel 20 lid 11
Conform de Nota Handboek bestemmingsplannen landelijk gebied dient de minimale hoogte van kassen te worden vastgesteld op 1,20 m. Inmiddels is aan het derde lid toegevoegd dat de uiterlijke verschijningsvorm van het betreffende MIP-gebouw behouden moet blijven. In de verwijzing naar lid 3 sub g en sub j moet de verwijzing naar lid 3 sub h en sub k worden aangepast.
Gezien de omvang van de bouwoppervlakten voor burgerwoningen moet deze regeling worden bezien in samenhang met de regeling in artikel 10, lid 13.
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Deze aspecten geven geen aanleiding tot het maken van opmerkin-
Omdat reeds een woning aanwezig is, lijkt de bepa- ling inzake de bouw van een agrarische bedrijfswoning overbodig. Indien reeds een woning aanwezig is, is de bouw van een nieuwe agrarische bedrijfswoning overbodig. De regeling sub c is met het oog hierop aangepast, waarbij is aangegeven dat een nieuwe woning slechts gebouwd mag worden als er geen woning aanwezig is.
In afwijking van het voorlopige plan ontbreekt de bepaling "dat bij het aanvragen van een ontheffing voor een MIP-gebouw advies wordt ingewonnen bij de gemeentelijke monumentencommissie".
Bijlage 1. Plangebied en vigerende planregelingen
Het gebiedsplan “Buitengebid Snelrewaard” van toepassing op de voormalige gemeente Snelrewaard is in 1982 door de gemeenteraad vastgesteld en op 20 november 1983 goedgekeurd door GS. Het opgestelde verkavelingsplan “Natuurgebieden” voor Huis te Linschoten en omgeving werd vastgesteld door de gemeenteraad op 28 september 1971 en goedgekeurd door GS op 28 februari 1973. Op de buitenwijk van de voormalige gemeente IJsselstein valt het bestemmingsplan "Landelijk Gebied-Noord", dat op 25 februari door de raad is vastgesteld 1982 en goedgekeurd door de GS op 14 juni 1983.
Het gebiedsplan "Landelijk Gebied", van toepassing op de voormalige gemeente Driebruggen, werd op 25 februari 1988 door de raad vastgesteld en op 18 oktober 1988 gedeeltelijk goedgekeurd door de GS.
Bijlage 2. Rijksmonumenten in plangebied Buitengebied
- Situering
- Geologie en landschap
- Bewoningsgeschiedenis
- Inventariserend overzicht
De vulling van de rivierruggen en het bekkensysteem rond 1100 na Christus bepaalde de loop van de rivieren. Uit de geomorfologische kaart blijkt dat er in het plangebied in het gebied van de gemeente Montfoort meerdere belangrijke rivierruggen aanwezig zijn. Ook heeft het plangebied in deze periode een hoge archeologische potentie vanwege de ligging van rivierruggen.
Na de val van het Romeinse Rijk kwam het gebied onder invloed van de Frankische koningen.
Bijlage 5. Toelichting op de Staat van Bedrijfsactiviteiten 1995
Met name voor bedrijven uit categorie 3.1 wordt ervan uitgegaan dat bij de inrichting van het terrein (ontsluitingsweg, ligging bebouwing) voldoende rekening wordt gehouden met mogelijke verstoringen in de omgeving. In de praktijk blijkt de Verklaring van Bedrijfsactiviteiten een relatief grof instrument te zijn voor het beoordelen van zorgen die voortkomen uit bedrijfsactiviteiten. Daarnaast is het mogelijk dat er bedrijven voorkomen waarvan de activiteiten niet in de Verklaring van Bedrijfsactiviteiten staan vermeld.
Tenslotte is het denkbaar dat gedurende de planperiode het algemene beeld van de in de Staat genoemde bedrijven en bedrijfsvoering positief zal veranderen als gevolg van bepaalde technologische ontwikkelingen.
Bijlage 6. Bedrijfsinventarisatie Buitengebied Montfoort 1
Bijlage 7. Berekeningsuitgangspunt en SRM I
Contourafstanden na verrekening van art. 103 Wgh). intensiteit lichte motorvoertuigen 79 mvt/u intensiteit middelzware m.v.t. 4.8 mvt/u intensiteit zware motorvoertuigen 0.25 mvt/u. afstand waarneempunt uit de wegas 10 m. Contourafstanden na verrekening van art. 103 Wgh). intensiteit lichte motorvoertuigen 17.1 mvt/u intensiteit middelzware m.v.t. 1.8 mvt/u intensiteit zware motorvoertuigen 0.9 mvt/u. afstand waarneempunt uit de wegas 10 m. Contourafstanden na verrekening van art. 103 Wgh). intensiteit lichte motorvoertuigen 11.5 mvt/u intensiteit middelzware m.v.t. 1.2 mvt/u intensiteit zware motorvoertuigen 0.6 mvt/u. afstand waarneempunt uit de wegas 10 m.
Contourafstanden na plaatsing van art. 103 Wgh). de intensiteit van lichte motorvoertuigen 25,6 mwt/u de intensiteit van het gemiddelde voertuig m.v.t. 2,7 mwt/u intensiteit zware motorvoertuigen 1,4 mwt/u. de afstand van het observatiepunt tot de wegas 10 m.
Bijlage 8. Verslag van algemene voorlichtingsavond
Bijlage 9. Samenvatting van en
Bijlage 10. Artikel 10 Bro-reacties