Het Jeugdeducatiefonds helpt de ontwikkelingskansen te vergroten van kinderen die opgroeien in een achterstandspositie of in armoede. Deze verschillen ontstaan vroeg in het leven en zijn al zichtbaar en meetbaar aan het begin van groep 3 (Borghans et al., 2018). Kinderen van hoger opgeleide ouders hebben zelf ook vaker een hoger opleidingsniveau (Holmlund et al., 2011).
In termen van later inkomen groeien kinderen die naar betere buurten verhuizen sneller dan kinderen die in die buurten geboren worden (Muilwijk-Vriend et al., 2019). Deze relatie ontstaat doordat cognitieve functies beter ontwikkeld worden als we meer boeken lezen en in aanraking komen met cultuur (Evans et al., 2014). Kinderen die slechter scoren op testen hebben baat bij ontbijt, dat zorgt voor meer energie.
Kinderen uit gezinnen in arme buurten die willekeurig een voucher toegewezen krijgen om naar een betere buurt te verhuizen, doen het vier tot zeven jaar later beter op school (Kling et al., 2007; Chetty et al., 2016). Andere studies laten een negatief effect zien van luchtkwaliteit op schoolprestaties (Colmer et al., 2020) en dat er meer geweld is tegen kinderen in buurten met minder goede voorzieningen (Sharkey, 2020). Harmon et al. (2003) vinden in een metastudie dat een extra jaar opleiding leidt tot een salarisverhoging van 6 tot 9 procent.
Op basis van Zweedse gegevens, Fredriksson et al. 2013) dat kinderen die in kleinere klassen zijn opgeleid betere schoolprestaties hebben en later meer verdienen.
Schoolprestaties gemeten aan de hand van toetsscores hebben een voorspellende waarde voor het latere inkomen en gezondheid. De voorzieningen thuis meten we aan de hand van een enquête onder basisschoolleerkrachten van groep 5. We meten de leefbaarheid van wijken aan de hand van indicatoren over de kwaliteit van woningen, indicatoren over de sociaaleconomische positie van bewoners, het voorzieningenniveau, de veiligheid en de kwaliteit van de fysieke omgeving.
De resultaten op het eindexamen basisonderwijs hangen sterk samen met het gemiddelde inkomen van de ouders. Ontwikkelingsmogelijkheden worden gemeten aan de hand van het aantal kinderboeken in huis en de mate waarin kinderen via muziek, theater en museumbezoek in aanraking komen met cultuur. Mogelijkheden om vrije tijd door te brengen worden afgemeten aan de mate waarin kinderen toegang hebben tot sport en natuur, en of ze ooit bij vrienden logeren of op zomervakantie gaan.
Comfort wordt gemeten aan je eigen slaapkamer, je eigen bed, je fiets en in hoeverre je goed ontbijt. Er is een enquête uitgestuurd naar meer dan 6.000 basisscholen met het verzoek om 15 stellingen te evalueren voor kinderen van groep 5. 76,4 procent van de leerkrachten vulde de enquête in zoals vereist voor groep 5 (14,5 procent groep 4 en 9,1 procent groep 6).
Ruim een derde van de kinderen heeft minder dan tien kinderboeken in huis en minder dan een derde heeft meer dan 25 kinderboeken. Er is een grote spreiding in activiteiten zoals natuur bezoeken, sporten en de mate waarin kinderen soms op vakantie gaan en blijven. Ongeveer de helft van alle kinderen is niet in de natuur, een pretpark of dierentuin geweest en bijna zes op de tien kinderen blijven niet overnachten.
Bijna een op de twintig kinderen heeft geen eigen bed (4,7 procent), bijna twee op de tien heeft geen eigen fiets (17,4 procent) en ruim een kwart heeft geen eigen slaapkamer (26,6 procent). over een fatsoenlijke namaz gesproken. Een kwart van de kinderen in groep 5 heeft onvoldoende ontbeten en ongeveer een kwart groeit op in een eenoudergezin. Een eerste verkenning van de resultaten laat een gemengd beeld zien van de middelen in groep 5 op verschillende scholen in Nederland.
Er bestaat veel spreiding in het aantal boeken en museum- (21,4 procent) en theaterbezoek (17,2 procent) zijn relatief exclusieve activiteiten.
Van iedere school nemen we de gemiddelde scores op de eindtoets in het basisonderwijs in de periode 2015-2019. De correlatie tussen hulpbronnen thuis in groep 5 en de scores op de eindtoets in het basisonderwijs in 2015-2019 is positief.
Met een mediane score van 534 op de eindtest is een verbetering van één standaarddeviatie ongeveer een verschil van één. Dit betekent dat kinderen met hogere inkomensouders waarschijnlijk meer middelen binnen handbereik hebben.
In vergelijking met het gemiddelde hebben kinderen met de laagste score op de eindtoets vooral minder ontwikkelings- en ontspanningsmogelijkheden. Ontwikkelingsmogelijkheden Vrijetijdsmogelijkheden Voorzieningen Verschil in middelen t.o.v. kinderen met een gemiddelde score op de eindtoets (534). Grote verschillen in middelen voor kinderen op verschillende punten in de uiteindelijke verdeling van de testscore.
De leefbaarheid in wijken wordt gemeten aan de hand van de Leefbaarometer van het ministerie van BZK. Er bestaat een positieve correlatie tussen de leefbaarheid en het aantal hulpbronnen waarvan kinderen gebruik kunnen maken. Ontwikkelingsmogelijkheden, ontspanningsmogelijkheden en voorzieningen thuis correleren allemaal in ongeveer gelijke mate met de leefbaarheid van wijken.
Wanneer de leefbaarheid in de buurten beter is, zijn er meer verschillende soorten middelen beschikbaar. De kwaliteit van de buurt waarin kinderen opgroeien verklaart een deel van de verschillen in scores op het eindexamen.
Verschillende aspecten van de leefbaarheid van buurten waar kinderen opgroeien en de thuissituatie doen er toe.
Stijgt het inkomen met 10.000 euro ten opzichte van het gemiddelde inkomen van bijna 28.000 euro, dan is het resultaat in de eindtoets 3 punten hoger. Dit is het verschil tussen een blended learning/theorietraject in vmbo en havo en het verschil tussen het laagste deciel en het gemiddelde van de scoreverdeling in de eindtoets. Uit het onderzoek onder leerkrachten van het vijfde leerjaar blijkt dat er grote verschillen zijn in de middelen die kinderen thuis hebben.
Wanneer de buurt beter scoort op de maatstaf voor wooncomfort, zijn de resultaten op de eindtoets in het basisonderwijs beduidend hoger. Samen hangen de middelen van het huis en de buurt waarin de kinderen opgroeien samen met de resultaten op de eindtoets in het basisonderwijs. Het inkomen van ouders wordt door kinderen als vanzelfsprekend beschouwd en de overheid kan de situatie van kinderen niet zomaar veranderen.
Beleid gericht op meer ontwikkelingskansen (op scholen) en meer recreatiemogelijkheden draagt bij aan meer gelijke kansen voor kinderen die nu door een gebrek aan kansen minder kansen krijgen. Betere voorzieningen door hulp in natura, bijvoorbeeld in de vorm van een bed of fiets, zijn ook mogelijk. Wanneer middelen thuis met één standaarddeviatie toenemen, leidt een causale interpretatie van de resultaten tot een 0,15 standaarddeviatie hogere score op het eindexamen op de basisschool.
Dit betekent dat het jaarlijkse inkomen met 850 euro stijgt; als iemand 40 jaar werkt is dat een nominaal bedrag van 34.000 euro. Wanneer de leefbaarheid van wijken met één standaarddeviatie verbetert, leidt dat in een causale interpretatie van de resultaten tot een 0,12 standaarddeviatie hogere score op de eindtoets in het. Dit betekent dat het jaarlijkse inkomen met 680 euro stijgt; als iemand 40 jaar werkt is dat een nominaal bedrag van 27.000 euro.
Toelichting: Inkomensgroei per standaarddeviatie leerwinst is 5.665 euro (CPB, 2021); een standaarddeviatie van de gemiddelde score op de eindtoets komt overeen met 3,28 punten.
Scholen kunnen deze kansen mede helpen benutten als er middelen en mankracht beschikbaar zijn. Scholen en wijkteams kunnen een rol spelen bij het stimuleren van lezen, regelmatig bezoek aan musea en theaters en het aanbieden van muzieklessen. Als het mogelijk is om deze activiteiten met één standaarddeviatie te verbeteren, heeft dit waarschijnlijk een positief effect.
Stel dat het verbeteren van deze vijf activiteiten leidt tot een 0,05 standaarddeviatie betere score op de eindtoets. Dat betekent afgerond 285 euro hoger salaris per jaar en een nominaal bedrag van bijna 11.500 euro extra over het werkzame leven. De jaarlijkse financiële baten zijn vrij groot en wegen blijkbaar op tegen de kosten van bijvoorbeeld een abonnement op de bibliotheek, een museumjaarkaart en een abonnement op sport- en muzieklessen.
Het verbeteren van middelen die nu lager scoren, kan zijn vruchten afwerpen in betere schoolprestaties die zich later vertalen in een hoger inkomen. Hulpbronnen thuis verschillen tussen kinderen in Nederland en zijn deels gerelateerd aan het inkomen van de ouders. De vraag is hoe kinderen met minder middelen effectief aan meer middelen kunnen komen.
De kwaliteit van de leefbaarheid in wijken hangt samen met de cijfers op het eindexamen op de basisschool. Meer middelen geven aan kinderen die minder hebben, leidt waarschijnlijk alleen tot depressie. De effecten van blootstelling aan betere buurten op kinderen: nieuw bewijs van het experiment verhuizen naar kansen.
A systematic review of the effect of breakfast on the cognitive performance of children and adolescents.