• Nenhum resultado encontrado

Economische vooruitzichten

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2023

Share "Economische vooruitzichten "

Copied!
136
0
0

Texto

De wereldwijde economische groei zal naar verwachting aantrekken tot 3,5% in 2017 (tegenover 3,1% vorig jaar), ondersteund door zowel ontwikkelde als opkomende economieën. Ook de groei van de particuliere consumptie zou moeten versnellen (1,6% tegenover 1,2% in 2016) en leiden tot een verdere daling van de spaarquote. Bij een jaarlijkse groei van de particuliere consumptie van 1,3% in 2020-2022 zou de spaarquote weer dalen.

De groei van de overheidsconsumptie zal dan worden gedreven door de uitgaven voor gezondheidszorg, die met gemiddeld 2,2% per jaar zullen stijgen. Ook de Belgische exportgroei zou dit jaar ondersteund moeten worden door de gunstige ontwikkeling van de binnenlandse kosten en. De neerwaartse trend van de energie-intensiteit van het bbp zet door en de uitstoot van broeikasgassen blijft dalen.

Dit zou de historisch neerwaartse trend van de energie-intensiteit van het bbp bevestigen. De werkloosheid is vorig jaar fors gedaald (-31.000 personen) en zal dit jaar fors blijven dalen (-34.000 personen), als direct gevolg van het arbeidsintensieve karakter van de groei in de marktsector.

Overheidsfinanciën

Macro-economische evoluties

  • Internationale omgeving
  • Belgische economische groei en zijn belangrijkste componenten
    • Beoordeling van de potentiële groei voor België De potentiële groei ligt nauwelijks hoger dan sinds het
    • Evolutie van het bruto binnenlands product in volume
    • Uitvoer en invoer
    • Consumptieve bestedingen van de particulieren 1
    • Bedrijfsinvesteringen 1 Een geleidelijke groeivertraging van de
    • Investeringen in woongebouwen
    • Overheidsinvesteringen
    • Overheidsconsumptie
    • Bruto toegevoegde waarde per bedrijfstak Het aandeel van de marktdiensten in de toegevoegde
  • Prijzen en kosten

De netto-uitvoer droeg licht positief bij tot de groei (0,1 procentpunt in vergelijking met een nulbijdrage in 2015), maar de lagere groei van de bedrijfsinvesteringen en de quasi-stabilisering van de overheidsuitgaven (consumptie en investeringen) remden de groei van de Belgische economie af. Toch zou de groei van het reëel beschikbaar inkomen voor particulieren dynamischer moeten zijn (1,2%) dan in 2016. Groeitempo van het reëel beschikbaar inkomen voor particulieren Groeitempo van de reële particuliere consumptie (in volume).

Groei van bedrijfsinvesteringen in volume (in procenten) Bruto-exploitatieoverschot van bedrijven in procenten van hun (linkerschaal). In de jaren 2018-2022 zal de groei van de overheidsconsumptie naar verwachting bijna uitsluitend worden gedreven door de zorguitgaven. Merk op dat de structuur van de overheidsconsumptie in de loop der jaren aanzienlijke veranderingen heeft ondergaan.

Het nominale aandeel van de verwerkende industrie in de toegevoegde waarde is aanzienlijk gekrompen, dwz de evolutie van de deflator van de finale vraag wordt voornamelijk bepaald door de stijging van de invoerprijzen.

TABEL 2 - Handelselasticiteiten per periode
TABEL 2 - Handelselasticiteiten per periode

De arbeidsmarkt

  • Demografie en arbeidsaanbod
  • Arbeidskosten en loonaandeel in de sector der ondernemingen

Deze evolutie weegt zwaar op de groei van de macro-economische activiteitsgraad1 (tabel 7, lijn 2A: gemiddeld 0,14 ppt per jaar), en dit naarmate de periode vordert. In de leeftijdsgroep 25-49 vervaagt de positieve cohortgerelateerde dynamiek in de evolutie van de activiteitsgraad van vrouwen. In de leeftijdsgroep 15-24 jaar leverde de evolutie van de participatiegraad vorig jaar nog een sterk negatieve bijdrage tot de groei van het arbeidsaanbod (-0,09 ppt); in de leeftijdsgroep 25-49 jaar was de bijdrage nauwelijks positief (0,03 ppt).

De komende twee jaar zou de negatieve bijdrage echter ook in die leeftijdsgroep verdwijnen. Profitsector en sociale werkplaatsen onderworpen aan de loonmatigingsbijdrage: verlaging van de werkgeversbijdragen (met 2,4 procentpunt in 2016, nog eens 5 procentpunt in 2018), verlaging (2016) en tenslotte afschaffing (2018) van de algemene vaste vermindering, afschaffing van specifieke verminderingen voor hoge lonen (2018) en versterking van specifieke verminderingen voor lage lonen (geleidelijk in 2016-2019). Geleidelijke versterking van de afbouw van de doelgroep 'Ouderen' en de integratie van de doelgroep 'Jongeren' in de afbouw van de nieuwe doelgroep 'Laaggeschoolde jongeren'.

De genereuzere vrijstelling van doorstorting van de wettelijke werknemersbijdragen in de sector van de koopvaardij. Verhouding tussen arbeidskosten (na aftrek van loonsubsidies) tot nettolonen, gecorrigeerd voor de verschillende evolutie van de toege- voegde waardedeflator en de consumptieprijsindex.

TABEL 7 - Determinanten van het arbeidsaanbod (15 tot 64 jaar) 1
TABEL 7 - Determinanten van het arbeidsaanbod (15 tot 64 jaar) 1

Macro-economische determinanten van de nominale brutolonen in 2019-2022

  • Werkgelegenheid
  • Werkloosheid en arbeidsreserve
  • Overheidsfinanciën
    • Gezamenlijke overheid
    • Federale overheid
    • Sociale Zekerheid
    • Gemeenschappen en gewesten

Dit effect speelt een rol in de periode waarin loonkostenverlagingen geleidelijk worden ingevoerd in het kader van tax shifting. Het grootste deel van de netto jobcreatie zit opnieuw in de marktdiensten (+248.100 mensen) en, zoals gebruikelijk, gedreven door forse stijgingen van de werkgelegenheid in de markttakken 'gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening' en 'andere dienstverleners' van de markt voor beide takken samen . ). Gestage groei van de werkgelegenheidsgraad, hoewel deze nog ver verwijderd is van de overeengekomen Europese doelstelling.

De hervorming van de financiering van de sociale zekerheid heeft gevolgen voor de aard van de overdrachten. Tussen 2016 en 2017 dalen de forfaitaire subsidies van de federale overheid (van 2,0% naar 0,7% van het bbp, exclusief compensatiepremies en overdrachten aan de openbare pensioensector). De stijging van de pensioenen van zelfstandigen (2,1% in reële termen) en werknemers (1,9%) is meer uitgesproken dan die van lokale overheidsregelingen (1,8%) en staatspensioenen (1, 1%), die meer zijn. getroffen door overheidsmaatregelen.

TABEL 3B - Correctie van de brutolonen met de beperkingen die de loonwet aan de onderhandelingsmarge oplegt
TABEL 3B - Correctie van de brutolonen met de beperkingen die de loonwet aan de onderhandelingsmarge oplegt

Toegenomen belang van de loonsubsidies binnen de overheidsfinanciën

  • Lagere overheid
  • Energieverbruik en broeikasgasemissies
    • Evolutie van de vraag naar energie
    • De energiegebonden CO 2 -emissies
    • De niet-energiegebonden CO 2 -emissies en overige broeikasgasemissies
    • Totale broeikasgasemissies
  • Bijlagen
    • Belangrijkste hypothesen van de projectie
    • Macro-economische resultaten
    • Sectorrekeningen
    • Overheidsfinanciën
    • Resultaten per bedrijfstak

Uitgaande van een stabiele gemeentelijke opcentiemen dalen de inkomsten uit de opcentiemen in de inkomstenbelasting als percentage van het bbp. Omgekeerd zal het finaal energieverbruik voor transport, diensten en huishoudens licht dalen.

TABEL 28 - Rekening van de lagere overheid in procent van het bbp
TABEL 28 - Rekening van de lagere overheid in procent van het bbp

Reeksen

Het Federaal Planbureau (FPB) is een instelling van openbaar nut die beleidsrelevante studies en prognoses uitvoert over economische, sociaaleconomische en milieukwesties. Het stelt zijn wetenschappelijke expertise ter beschikking aan onder meer de regering, het parlement, de sociale partners en nationale en internationale instellingen. De werking van FPB kenmerkt zich steeds door een onafhankelijke aanpak, transparantie en aandacht voor het algemeen belang.

De kwaliteit van de gegevens, een wetenschappelijke methodolo- gie en de empirische geldigheid van de analyses staan daarbij centraal. Tot slot zorgt het FPB voor een ruime verspreiding van de resultaten van zijn werkzaamheden en draagt zo bij tot het democratisch debat. Met het oog op informatieverstrekking en transparantie publiceert het Federaal Planbureau (FPB) regelmatig de methoden en resultaten van zijn werkzaamheden.

FPB-publicaties zijn onderverdeeld in 3 reeksen: Outlook, Working Papers en Planning Papers. In samenwerking met de FOD Mobiliteit en Vervoer stelt het om de drie jaar langetermijnprognoses op voor de vervoersvraag in België. De werkmaterialen vertegenwoordigen de resultaten van lopend onderzoek in de studiegebieden van het FPB.

Het wordt uitgegeven om bij te dragen aan de verspreiding van kennis, vooral over economische fenomenen, en om inhoudelijk debat te stimuleren. Ze zijn niet specifiek gericht op een gespecialiseerd publiek en zijn beschikbaar in het Nederlands en het Frans.

Overige publicaties

Imagem

TABEL 4 - Effectief bbp, potentieel bbp en determinanten gemiddelde jaarlijkse groeivoeten in procent
FIGUUR 9 - Evolutie van de investeringen en de  rendabiliteit van de ondernemingen
FIGUUR 10 - Investeringen in woongebouwen in procent van het bbp tegen lopende prijzen
TABEL 5 - Structuur en groei van de bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen  in procent
+7

Referências

Documentos relacionados

Este estudo possui como objetivo principal fazer uma análise acerca da teoria das filas dentro de um setor de engenharia clínica cujos objetivos específicos serão