In niveau A (masterdiploma) geldt, zowel voor statutairen als contractuelen, hoe hoger de klasse, hoe hoger het basissalaris ten opzichte van de privésector. Bij de grafieken van statutairen in niveau B valt wel op dat het basissalaris op het einde van de loopbaan vaak voordeliger wordt dan in de privésector. De belangrijkste conclusie op basis van de vergelijking met de publieke sector (Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse overheid, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest) is dat de federale overheid in haar algemene wervingsgraden meestal een hoger basissalaris toekent dan de andere overheden.
In niveau B, C en D is het basissalaris van de federale loopbanen concurrentieel met dat van de wervingsgraden in de andere overheden. Voor elke graad of klasse worden per leeftijd de medianen van de federale statutaire en contractuele werknemers vergeleken met de medianen in de totale markt. De premie voor competentieontwikkeling wordt meegeteld in het basissalaris van de federale ambtenaren voor zover ze er recht op hebben.
De vergelijking wordt gemaakt op basis van leeftijd en niet op basis van anciënniteit, aangezien dit geen bepalend principe is voor de loopbaanontwikkeling in de particuliere sector. 1 Door de medianen per leeftijd te vergelijken, wordt de impact van de hogere gemiddelde leeftijd in de federale overheid vergeleken met
Niveau B
Opgemerkt moet worden dat de gegevens voor de federale overheid helaas geen onderscheid maken tussen financiële professionals (met loonschalen BF1 tot BF3) en fiscale professionals (BF2 tot BF4). Opvallend is dat positionering op oudere leeftijd, dat wil zeggen aan het einde van een carrière, in tegenstelling tot A-niveau vaak gunstiger is dan op jongere leeftijd. Zo is de mediaan voor federale BF bijvoorbeeld pas vanaf de leeftijd van 52 jaar wettelijk hoger dan de marktmediaan voor financiële functies in de particuliere sector.
De verschillen zijn aanzienlijk groter onder contractarbeiders, die een basissalaris hebben dat, ongeacht hun rang, gemiddeld ruim 15% onder het marktgemiddelde ligt, en bij BI zelfs bijna 25% daaronder.
Niveau C
Niveau D
Variabele beloning en extralegale voordelen
Bovenstaande grafieken en conclusies geven een vrij algemeen beeld van de positionering van de federale overheid in de markt. Na de analyse zijn er 3 smalle functiegroepen onderscheiden: artsen, IT-professionals en technische profielen op niveau B, C en D. Van onderstaande functies wordt de marktsituatie onderzocht aan de hand van de relevante functies in de database die qua inhoud vergelijkbaar zijn en functie.
Technische profielen: diverse functies uit de functiedomeinen Productie & Techniek, Technische Dienst, Facility Management, Engineering, Supply Chain en Logistiek. De federale gegevens zijn niet gekoppeld aan functies, maar alleen aan een graad of graad. In onderstaande grafieken wordt daarom de situatie voor de gehele klas of klas vergeleken met de markt.
Knelpuntfuncties
In klasse A3 is het verschil minder groot, maar de gemiddelde positionering blijft onder de marktmediaan van 6,68% voor statutair en 11,28%. Computerwerkers in klasse A1 worden op jongere leeftijd (tot 38 jaar) boven het marktmediaan basissalaris gepositioneerd, waarna de positie van statutaire werknemers onder het marktmediaanniveau komt. Het bovengemiddelde geldt voor juridische informatica in klasse A2 en contractuele en verplichte informatica in klasse A3.
Particuliere bedrijven kunnen ook moeite hebben om personeel voor deze functies te vinden. In klasse A3 ligt de mediaan voor federale wettelijke IT-specialisten van alle leeftijden boven de mediaan voor het basissalaris in de particuliere sector. In bovenstaande resultaten is steeds een vergelijking gemaakt met de totale markt in België.
De onderstaande tabel toont, voor niveau A, de gemiddelde verhouding tussen gemiddelden voor leeftijd en basissalaris tussen de verschillende gewesten die in de databank worden onderscheiden, met Brussel als referentiepunt. Bovendien zijn de gegevens voor Wallonië gecombineerd in de databank en is er dus geen aparte informatie beschikbaar voor de Waalse provincies.
Regionale verschillen
Een subsidie die niet aan de juiste doelgroep wordt gegeven, ondermijnt zijn doel en creëert nieuwe grieven. Hoewel de federale overheid het merendeel van haar medewerkers in Brussel tewerkstelt, is het belangrijk om ook andere gewesten te betrekken bij het bepalen van de positionering. Het is echter belangrijk om te overwegen hoe groot de verschillen in lonen zijn tussen de verschillende regio’s in België.
Hoewel niet alle regio's gelijkelijk vertegenwoordigd zijn in de database, bestond elke steekproef uit meer dan 1.000. Ook de aanwezigheid van goedbetaalde sectoren (bijvoorbeeld de financiële sector) en een relatief groot aandeel hoogopgeleide werknemers zijn van invloed op het gemiddelde salaris.
Handleiding bij het onderzoek
Bovendien worden in veel gevallen specifieke loopbaantrajecten aangeboden wanneer specifieke graden vereist zijn. Voor zover er binnen de federale overheid een equivalent bestaat, worden dergelijke gevallen opgenomen om de vergelijking nauwkeuriger te maken. Er wordt uitgegaan van een ‘ideale carrière’ – zowel voor de federale overheid als voor de andere overwogen instanties.
Zowel de wettelijke loopbaan als de contractloopbaan worden vergeleken met de wettelijke loopbaan en de contractloopbaan bij andere overheden. Er wordt geen rekening gehouden met bijzondere graden, overgangsmaatregelen die van toepassing zijn op een minderheid of uitfaseringsmaatregelen. Omdat de overgrote meerderheid van de federale werknemers in mei 2016 in transitiemaatregelen zat, zijn deze carrières opgenomen in de.
Er wordt dus steeds een onderscheid gemaakt tussen de federale loopbaan in overgangsmaatregelen enerzijds en de federale loopbaan in de nieuwe salarisschalen anderzijds.
Resultaten per niveau
De federale overheid is sterker gepositioneerd dan welke regering dan ook wat betreft de aanwervingspercentages voor algemene universitaire graden en de mogelijkheden voor eerste promotie (vergelijkbaar met een promotie naar A2). Zelfs als de betreffende overheid een bevorderingsmogelijkheid aanbiedt die vergelijkbaar is met bevordering naar rang A2, zijn de federale voorwaarden in A2 hoger dan deze. De federale contractuele voorwaarden in A1 (vooral met de nieuwe loonschalen) zijn hoger dan die in de Franse Gemeenschap, de Vlaamse overheid en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Als gevolg hiervan overtreffen de arbeidsomstandigheden van de Waalse contractarbeiders al snel die van de federale. Elk van de betrokken autoriteiten biedt een aanwervingspercentage en beperkte initiële promotiemogelijkheden voor speciale graden zoals ingenieurs, artsen en. Vooral het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent voorwaarden voor ingenieurs die aanzienlijk gunstiger zijn dan de federale.
De Franse samenleving daarentegen biedt voorwaarden voor dergelijke speciale diploma's die ongunstiger zijn dan de federale. Wanneer de verdere promotiemogelijkheden (zonder specifieke diplomavereiste) bij elk van deze overheden vergeleken worden met de situatie binnen de federale klasse A3 (en eventueel A4) blijken de federale carrières in de overgangsmaatregelen in alle gevallen gemiddeld voordeliger te zijn . Deze promotiemogelijkheden zijn vooral bij de Vlaamse Regering en Brussel voordeliger dan in de federale rang A3.
De federale carrières in de nieuwe salarisschalen zijn echter enkel voordeliger dan die in Vlaanderen en de Franse Gemeenschap, en dus minder gunstig dan in Brussel. De federale voorwaarden zijn pas gunstiger dan de Waalse zodra de laatste salarisschaal is bereikt. De voorwaarden verbonden aan het diploma ICT-expert bij de federale overheid zijn hoog in vergelijking met andere overheden, die niet altijd onderscheid maken tussen verschillende gelijkwaardige graden.
Hier bestaat geen federaal equivalent voor, en in de meeste gevallen worden deze doorgroeimogelijkheden geassocieerd met carrières die aanzienlijk gunstiger zijn dan de federale. Alleen de graad van ICT-specialist (en, vergeleken met de Franse gemeenschap, de graad van administratief, financieel en technisch specialist) heeft een carrière met voorwaarden die (meestal met meer financiële anciënniteit) het niveau van deze promotiemogelijkheden bereiken. De federale arbeidsvoorwaarden zijn gemiddeld hoger dan de carrières die door andere autoriteiten worden aangeboden, wat betreft arbeidsniveau of diploma.
Alleen in het Waalse gewest en (enkel in de loopbaan in overgangsmaatregelen) in het Brusselse hoofdstedelijke gewest wordt het federaal lager toegewezen, vooral in de laatste helft van de carrière. Aan de andere kant liggen de federale arbeidsvoorwaarden opnieuw duidelijk onder de promotiemogelijkheden binnen het niveau dat door elk van deze overheden wordt geboden, zoals het geval is op niveau B. Het verschil tussen de voorwaarden verbonden aan deze promotiemogelijkheden en de federale voorwaarden is groter voor niveau C dan voor niveau B.
De federale contractuele arbeidsvoorwaarden zijn – analoog aan het niveau B – voordeliger dan deze bij de andere overheden, met uitzondering van het Waalse Gewest bij een.